16 augustus, 2009
De denkers van de jungle
Onze achterneven die we aan het uitroeien zijn, wij Nederlanders o.a. met onze palmolie (ook verkocht door veel zogenaamd ideële natuurwinkels) en ons vele tropisch hardhout (Nederland, een klein land, behoort tot de topgebruikers wereldwijd).
Zie de website
'Primates helping primates'
1 augustus, 2009
Het wonder
Het zijn bijzondere momenten als je begint te beseffen dat je gekrabbel van weken of maanden ergens toe leidt. Eerst kun je het nog niet geloven, je weet niet of het een illusie is die desillusie wordt. Het is als een beeld van schuim dat in jouw wereldzee ontstaat. Al die belletjes kunnen uiteenspatten en dan is er minder dan niets.
Je begint het beeld met tastbaarder zaken te concretiseren: inktvlekjes op papier waar almaar meer scheppings- en zeggingskracht van uitgaat. En op een gegeven moment weet je: dit wordt een roman.
En dan gebeurt het wonder: alle mogelijke pijnlijke en onverteerbare zaken, waar een mens normaal onder gebukt gaat, zijn bijna van het ene op het andere moment niet alleen verteerbaar maar welkom en wenselijk; je kunt ze gebruiken in je boek-in-wording. Opeens ben je met al die ellendige dingen, dat hele menselijke tekort, domweg blij.
Daarna komt nog de katharsis van voltooiing en publicatie; de ultieme bevrijding voor de solipsist die gelegen is in de communicatie van diepgevoelde conflicten met de buitenwereld, maar dat is allemaal na het wonder.
11 februari, 2008
Zijn vertalers intelligente wezens?
Ofwel: hoe krijg je het laagst mogelijke tarief?
Om vertaler of ondertitelaar te zijn, moet je meer dan gemiddeld intelligent zijn - een open deur. Maar wat voor intelligentie is dat? Waarom kiezen vertalers in grote aantallen voor een horigheid die we uit de middeleeuwen kennen, en van de Zuid-Amerikaanse koffieboeren?
In de natuur vormen dieren vaak groepen. In een school heeft een vissen een grotere kans om te overleven dan als individuele vis. Een zwerm spreeuwen kan zelfs roofvogels afschrikken. In duizenden generaties hebben die 'domme' dieren zich onwillekeurig aangepast aan de natuurlijke feiten. Alle genen die niet voor de veiligere groep kozen zijn geleidelijk geëlimineerd.
Vertalers lijken daarentegen alleen maar samen te troepen om hun eigen lot te verergeren. Als je als vertaler lid wordt van Translator's Café, Proz.com of de nieuwe, zich brutaalweg 'Take a coder' noemende 'groep', kunnen en zullen opdrachtgevers jouw tarief onmiddellijk onder druk zetten. Immers, deze bedrijven zijn vertalersveilingen, waar de opdrachtgevers de hoogste productiesnelheid voor de laagste prijs kunnen krijgen. Het gevolg: de tarieven zullen dalen, en blijven dalen, tot het absolute minimum is bereikt - het slavernij- oftewel crepeerminimum.
Het is uiteraard slim van de zakenmensen achter bovengenoemde 'groepen' om vertalers ertoe over te halen hun slaven te worden. Maar waarom zouden die vertalers zo dom zijn om dat te doen en er nog voor te betalen ook? En wat betekent zo'n ontwikkeling voor de kwaliteit van hun werk? Die kan toch ook alleen maar slechter worden?
Ongeveer tegelijkertijd dat vertalers hun lot vrijwillig verslechteren, hebben 'simpele', zogenaamd minder intelligente koffieboeren in Zuid-Amerika het juk van de drugsbazen afgeworpen, vaak na een lange strijd waarbij veel eigen bloed vloeide. Zij gaan de andere kant: zij emanciperen. Hun voornaamste emancipatiemiddel: kwaliteitskoffie.
Ik kan maar één, min of meer natuurlijke reden bedenken waarom vertalers in zo groten getale lid worden van dergelijke veilingachtige groepen: een overleefde angst om alleen te zijn, en een even overleefd geloof dat het beter en veiliger is om op te gaan in de grote massa.
Handig spelen de 'groep'-sites op die angst en dat geloof in met feel-goodmiddelen als babbelforums, kennisforums, bijeenkomsten en erelidmaatschappen...
* * *
12 september 2007
Een zich vergalopperende would-be literatuurpausin
In 2000 verscheen Hollandse fado bij een enthousiaste uitgeverij Atlas. Kort daarna besloot een Fonds-commissie tot niet-toekenning van aanvullend honorarium. Een van de argumenten: een commissielid had zich gestoord aan 'het exotisme van Huizing'. Het personage Huizing viel op een donkere vrouw, en zijn verlangens werden de auteur door het deskundige commissielid euvel geduid.
Na een brief op poten was het Fonds bereid toe te geven dat dat misschien wel ietsje te ver ging, en besloot 'een vervangend advies in te winnen bij Nelleke Noordervliet'.
In haar oordeel schetste deze van-dik-hout-zaagt-men-plankenexpert enkele categorieën waarin Hollandse fado diende te vallen: die van een 'historische roman, waarbij het verleden de spiegel wordt voor het heden', 'het tijdloze, boeiende verhaal van een innerlijk conflict', of een verhaal vol 'verlangen en tragiek, verbeeld door de Fado'.
Het arme boek viel helaas niet in een van de door haar als toelaatbaar verordonneerde sjablonen, en zij besloot:
De auteur, perplex van deze curieuze, omgekeerde kijk op literatuur, staarde lang naar de handtekening van de toenmalige directeur van het Fonds, fraaie krullen die deze gotspe legitimeerden.
Waarom al die jaren na dato in dit blog? Omdat sommige dingen niet onopgemerkt mogen blijven, en als reminder aan hoe pluche-verantwoordelijkheid dragen níet moet.


0 reacties:
Een reactie plaatsen